zwellend fruit

Langzaam zwelt de natuur wellustig op. Als sappig, rijpend fruit.
De zilverberken, met hun ebbenhouten toonladders, laten hun katjes in overloed hangen, wiebelend in de wind. De treurwilgen huilen passionele tranen met in hun frisgroen blad de laatste gouden katjes. De Sleedoorn staat, als een maagdelijke schoonheid beladen met witte bloesems, aan de randen van de velden. De bezekes kriebelen zich langzaam in bloei, en hun knullige bloempjes lachen zich rond.


De donkere aarde heeft zich maanden in stilte en in haar donkerte voorbereidt op dit kleuren defil├ę, en je beseft dat "Groen" verre van voldoet voor de kleur om je heen.
Wanneer je de glimmend grijze afsaltaders berijdt voel je het bruisen van de sappen in de pas ontloken struiken, die je onstuimig staan toe te waaien met hun eerste, frisgroene blaadjes.
Je fietst omhoog, richting staalblauwe, lege luchtruimen. Op de top gekomen laat je alles los, en stuif je stuurloos en met open mond de groenen weelde in, terwijl de lentewind met haar frisse tong zich in je oksel grijpt. Je tracht die ronde vrucht te omvatten, je er in wentelen, er een grote hap uit nemen, zodat al die levenslust zich in jou kan verspreiden, tot in je diepste vezels en je wolligste gedachten.
En daarbij laat je je vooral niet tegenhouden door die geniepige oostenwind....

Geen opmerkingen: